Bruno Groening (1906-1959)
Bruno Groening - een ongewoon mens
In 1949 kwam de naam Bruno Groening in de schijnwerpers te staan. Pers, radio en weekbladen deden hiervan verslag. Maandenlang benam het gebeuren rond de "wonderdokter", zoals hij spoedig werd genoemd, de jonge republiek de adem. Er draaide een bioscoopfilm, wetenschappelijke toetsingscommissies werden ingesteld, de autoriteiten hielden zich, tot in het hoogste college, bezig met het geval Bruno Groening. De Noordrijn-Westfaalse minister van Sociale Zaken liet Bruno Groening vervolgen wegens overtreding van de "heilpraktikerwet" (in Nederland niet van toepassing), de Beierse minister-president verklaarde daarentegen, dat men zo'n "bijzondere verschijning" zoals Groening niet in paragrafen moest indelen. Het Beierse Ministerie van Binnenlandse Zaken duidde zijn werk aan met "vrije liefdadigheid".
In alle lagen van de bevolking werd heftig en controvers over het geval Bruno Groening gediscuteerd. De emotionele golven brandden hoog. Geestelijken, artsen, journalisten, juristen, politici en psychologen: allen spraken over Bruno Groening. Zijn wondergenezingen waren voor de één genadegeschenken van een hogere macht, voor de ander kwakzalverij. Maar het daadwerkelijke van de genezingen werd door medische onderzoeken bewezen.
Bruno Groening, in 1906 geboren in Danzig en na de oorlog als vluchteling geëmigreerd naar West-Duitsland, was een eenvoudige arbeider. Hij heeft van de meest verschillende werkzaamheden geleefd, hij was timmerman, fabrieks- en havenarbeider, telegrambesteller en zwakstroommonteur. Nu stond hij plotseling in het middelpunt van de publieke belangstelling. Het bericht van zijn wondergenezingen verbreidde zich wereldwijd. Uit alle landen kwamen zieken, verzoekschriften en aanbiedingen. Tienduizenden genezingzoekenden pelgrimeerden naar de plaatsen waar hij werkte. Een revolutie in de geneeskunde begon zich af te tekenen.
Maar ook de tegenkrachten waren er. Invloedrijke artsen, kerkfunctionarissen, juristen en voormalige medewerkers zetten alles in beweging om het werk van Bruno Groening te belemmeren. Genezingsverboden achtervolgden hem, processen werden hem aangedaan. Al zijn streven om zijn werk in geordende banen te leiden, mislukte. Enerzijds door tegenstand van de toonaangevende maatschappelijke krachten, anderzijds door onvermogen of winstbejag van zijn medewerkers. Toen Bruno Groening in januari 1959 in Parijs stierf, was het laatste proces tegen hem in volle gang. Het proces werd geschorst, nooit werd een definitief oordeel uitgesproken. Maar veel vragen bleven open.